De risico’s van een vliegopleiding

Vliegopleidingen en garantiefondsen
Nienke Groenendijk-Feenstra

Elke studie of beroepsopleiding kost geld. In Nederland krijg je voor reguliere studies op bepaalde voorwaarden studiefinanciering, hoewel dit met het invoeren van het sociaal leenstelsel is afgelopen. Een vliegopleiding valt in de categorie ‘commerciële beroepsopleiding’ en is geen hbo-opleiding. Vliegscholen willen ook geen officiële hbo-opleiding zijn, want dan moeten ze aan allerlei overheidseisen voldoen en bovendien wordt de opleiding dan veel langer. Wie een vliegopleiding wil doen, krijgt daarvoor dus geen studiefinanciering en kan ook geen geld lenen bij de overheid om de opleiding te betalen.

Alle vliegscholen zijn commerciële instellingen met één oogmerk: winst maken. Ze kunnen alleen bestaan als ze leerlingen hebben en ze krijgen alleen leerlingen als die geld hebben om de opleiding te betalen. Dat geld moeten ze dus lenen bij een commerciële instelling. In Nederland is er nog maar één bank die pilotenleningen verstrekt en dat is ABN AMRO. Dat alleen al zou je al aan het denken moeten zetten. Kennelijk zijn er risico’s verbonden aan pilotenleningen, anders zouden andere banken ze ook wel verstrekken.

Vergeet echter één ding niet: ook ABN AMRO is een commerciële instelling met winstoogmerk. De bank verdient aan de relatief hoge, commerciële rente op de pilotenleningen en de daaraan gekoppelde producten. Wie een pilotenlening bij ABN AMRO afsluit, is namelijk verplicht om allerlei andere producten bij deze bank af te nemen, zoals bankrekeningen, een creditcard, verzekeringen enz. De bank zelf schijnt zich nog niet te realiseren dat steeds meer piloten niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen omdat ze geen (fatsoenlijk betaalde) baan in de cockpit kunnen vinden en dat werkgevers niet staan te springen om iemand die alleen een pilotenopleiding gedaan heeft in dienst te nemen.

Afdekken risico’s
Hoe kan de bank de risico’s van de pilotenlening afdekken? Dat kan op twee manieren: via een garantiefonds of door het huis van de ouders van de aspirant-leerling als onderpand te gebruiken. Dat laatste is in mijn ogen geen optie. Ook al wil je nog zo graag piloot worden, je wilt toch niet dat je ouders hun huis gedwongen moeten verkopen als jij geen baan vindt, of als piloot te weinig verdient om de lening af te lossen en je rente te betalen. En geloof me, tegenwoordig gebeurt dat. Bij veel prijsvechters zijn de salarissen zeker de eerste paar jaar ronduit slecht. De enige manier om de risico’s af te dekken, is dus het garantiefonds en daar zal ik nu iets dieper op in gaan.

Garantiefonds als zekerheid
Een bank verstrekt niet zomaar leningen, want zij wil er zeker van zijn dat het geld wordt terugbetaald. Neem het voorbeeld van een hypotheek. Als een bank geld uitleent voor een hypotheek, heeft de bank het huis als onderpand, als ‘zekerheid’. Als de hypotheeknemer niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, wordt het huis verkocht en wordt de hypotheek met de opbrengst afgelost. Dat is geen hogere wiskunde. Maar hoe zit het dan met de pilotenlening? Het is toch raar dat je tegen de bank kunt zeggen: ‘Ik ben aangenomen bij een vliegschool, ik heb havo (of mbo), ik wil anderhalve ton lenen, maar ik weet niet of ik ooit een baan als piloot zal vinden.’

Natuurlijk wil ABN AMRO ook zekerheid voor de pilotenleningen. Deze zekerheid bestaat uit verschillende onderdelen, te weten een borgtocht – ook wel garantiefonds genoemd -, een overlijdensrisicoverzekering en een zogenaamde Loss of Training Expenses-verzekering, een verzekering die de trainingskosten dekt wanneer de leerling buiten zijn eigen schuld de opleiding niet kan voltooien. De kosten van deze borgtocht en genoemde verzekeringen komen voor rekening van de leerling. Het garantiefonds kost eenmalig circa € 5000 en dit bedrag moet worden meegefinancierd. Jaarlijkse rente: circa € 350, uitgaand van een rentepercentage van 6,5%. De overige verzekeringen kosten jaarlijks ongeveer € 600. De bank vertelt tijdens voorlichtingsbijeenkomsten dat leerlingen de lening met een gerust hart kunnen aangaan omdat het garantiefonds de rentebetalingen aan de bank van de leerling overneemt als deze niet binnen één of twee jaar een baan als verkeersvlieger vindt. De bank gebruikt dit garantiefonds in feite als verkoopargument. Het woord ‘garantiefonds’ klinkt ook best vertrouwenwekkend. De leerlingen denken: ‘Ik betaal een flinke premie als soort verzekering voor het geval dat ik niet binnen één of twee jaar een baan als vlieger vind. Dat risico durf ik wel aan.’ Het woord ‘borgtocht’ wordt tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten niet genoemd, dat komt pas ter sprake in de officiële raamovereenkomst tussen de bank en de vliegschool…als de leerling die ooit te zien krijgt.

Borgtocht
De meeste mensen weten niet wat een ‘borgtocht’ precies inhoudt. Vaak wordt hierbij gedacht aan een bedrag dat je tijdelijk moet betalen, bijvoorbeeld bij het huren van een auto, en wat je daarna terugkrijgt. In dit geval ligt het echter anders. De wet (Burgerlijk Wetboek Boek 7, Artikel 850) zegt over borgtocht het volgende:

Borgtocht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de borg, zich tegenover de andere partij, de schuldeiser, verbindt tot nakoming van een verbintenis, die een derde, de hoofdschuldenaar, tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen.

Vertaald naar de raamovereenkomst m.b.t. het garantiefonds tussen bank en vliegschool staat er:

Borgtocht is de overeenkomst waarbij het garantiefonds zich tegenover de bank verbindt tot nakoming van een verbintenis, die de aspirant-piloot tegenover de bank heeft of zal krijgen.

In Jip- en Janneke-taal: het garantiefonds waarvoor de leerling de premie betaalt is de zekerheid (het onderpand) van de lening. Als de piloot geen baan als verkeersvlieger vindt, neemt het garantiefonds de rentebetalingen aan de bank over. De lening komt niet te vervallen, maar wordt verlegd naar het garantiefonds en de schuld blijft bestaan. De bank krijgt haar geld en de jonge piloot blijft met de schuld, alle verplichtingen en de rentebetalingen zitten, werk of geen werk. Deze onduidelijke informatie is een van de oorzaken van de problemen die zijn ontstaan met het stuwmeer aan werkloze piloten die in grote persoonlijke en financiële problemen verkeren. Nogmaals: Het garantiefonds is niets anders dan zekerheid voor de bank, een onderpand of borgtocht. De piloot betaalt de premie en betaalt hier ook 20 jaar lang een hoge rente over aan de bank. Hij betaalt dus premie voor een verzekering waar alleen de bank van profiteert.

Er bestaat niet één overkoepelend garantiefonds voor alle vliegscholen. De vliegscholen die met deze constructie werken, hebben allemaal hun eigen garantiefonds waarvoor een raamovereenkomst met een bank is afgesloten. Op één uitzondering na – de KLM Flight Academy – moet het door het garantiefonds verstrekte geld altijd door de piloot worden terugbetaald. Op de website van de KLM Flight Academy staat het volgende:

Bij wachttijden langer dan een jaar tussen het moment van afstuderen en je eerste baan als verkeersvlieger neemt het Garantiefonds de maandelijkse rentebetalingen over je studieschuld voor haar rekening indien je zelf onvoldoende inkomsten hebt. Op deze manier loopt je schuld dus niet verder op. De maximum periode van deze rentevergoeding is 4 jaar.

Navraag leert dat oud-studenten van de KLM Flight Academy uitkeringen van het garantiefonds als gift mogen beschouwen. Er gelden echter wel beperkingen. De belangrijkste beperking is dat het garantiefonds niet of slechts gedeeltelijk uitkeert als de oud-student inkomsten heeft. Bij een bruto maandinkomen van € 1.500 komt een deel van de rente voor eigen rekening (75 euro per maand) en dit bedrag loopt op tot een eigen bijdrage van € 450 per maand bij een bruto inkomen van € 2.750. Vanaf een bruto maandinkomen van € 3.000 kan de oud-student geen rente meer claimen. Vijf jaar na de datum van afstuderen vervallen alle claims op het garantiefonds.

Kleine lettertjes
Veel te veel jonge mensen die ervan dromen vlieger te worden, wagen zich aan een reusachtige lening omdat ze denken dat het garantiefonds hen zekerheid biedt. Inmiddels is er een aantal vliegers voor wie de termijn is verstreken waarbinnen ze een baan als verkeersvlieger moesten vinden en die een beroep gedaan hebben op het garantiefonds. Daarbij kwamen ze dikwijls van een koude kermis thuis. Niet alleen ontdekten ze dat hun lening gewoon was verlegd naar het garantiefonds, ook merkten ze dat ze aan allerlei voorwaarden moesten voldoen om aanspraak op het garantiefonds te kunnen maken. Uit een onder hen afgenomen enquête blijkt ook dat lang niet alle claims worden gehonoreerd. Van de 74 respondenten die een beroep deden op het garantiefonds is bij 22 de claim in behandeling genomen en is bij maar liefst 52 van hen (driekwart!) de claim afgewezen. Er zijn piloten die een goedbetaalde baan buiten de luchtvaart hebben moet opzeggen om een slecht betaalde baan als vlieger te accepteren. Anderen werden geweigerd omdat ze ‘te veel verdienden’ in hun baan buiten de luchtvaart. Ik citeer er enkele:

‘Het garantiefonds bij mijn vliegschool houdt in dat je X bedrag voor Y tijd mag lenen. En je aan het einde van die periode direct X maal Y moet terugbetalen. Absoluut zinloos dus.’

‘Je bouwt een renteloze schuld op bij dit fonds. Probeer hier dus geen gebruik meer van te maken!’

‘Ik werd gedwongen een slecht betaalde baan bij een luchtvaartmaatschappij in Azië te nemen, anders werd ik uit het garantiefonds gezet.’

Klare taal dus. De garantiefondsen zijn vaak niet wat ze lijken. Hoe zit het eigenlijk met het toezicht hierop? En heeft de bank geen zorgplicht? In Nederland hebben we te maken met een verstikkend woud aan regels, maar die zijn kennelijk niet van toepassing op deze constructie waarvan alleen de bank en vliegscholen profijt hebben. Ik vond het dan ook goed om te horen dat de AFM de grootste Nederlandse vliegscholen onlangs een vragenlijst toegestuurd schijnt te hebben die betrekking heeft op de financiering van de opleidingen. Hopelijk hebben mijn boek De vervlogen droom en alle ruchtbaarheid rond deze kwestie de slapende toezichthouder wakker geschud.

Einddatum lening
De meeste pilotenleningen hebben een looptijd van 20 jaar. Let op: de einddatum verschuift niet. Wie in 2008 een lening van 150.000 euro heeft afgesloten en tot nu toe geen baan als verkeersvlieger heeft gevonden, heeft in 2014 al 58.000 euro aan rente betaald en waarschijnlijk nog geen cent kunnen aflossen. Dit betekent ook dat hij of zij nog maar veertien jaar de tijd heeft om de hoofdsom van circa anderhalve ton neer te leggen, plus jaarlijks een kleine 10.000 euro aan rente. En dan heb ik het nog niet eens over de kosten van het geldig houden van het brevet en de verplichte verzekeringen. Is dat even schrikken! Dit is dus een probleem dat je niet voor je uit kunt schuiven.

Conclusie
Wil je ondanks alle persoonlijke risico’s toch piloot worden? Ga dan op zoek naar een traject waarbij de kans op een baan het grootst is. Kijk ook naar de mogelijkheden in het buitenland. Houd in gedachten dat in Nederland het risico ALTIJD bij jou ligt. Als je geen (fatsoenlijk betaalde) baan als vlieger vindt, dan blijf je de rest van je leven met een schuld zitten die als een molensteen om je nek hangt en de relatie met je familie mogelijk zwaar onder druk zal zetten. En laat je al helemaal niet verleiden tot een pay-to-fly traject waarvoor je opnieuw veel geld moet lenen voor een typerating en/of vlieguren, waarbij criminele brokers dik aan je verdienen en luchtvaartmaatschappijen de lachende derden zijn.

Meer weten over dit onderwerp? Lees De vervlogen droom.

Auteur: Nienke Groenendijk
17 juli 2014

Advertenties